Daktari Fanfari – het begin 

Begin jaren zeventig beoefende een stel Bossche jongeren met veel plezier de autosport. Hun passie: rijden in kaartleesrally’s. Ze hadden zich verenigd in een club, die ze de roemruchte naam ‘Daktari Rally Team’ gaven.df_oprichting

Zoals het Bossche jongeren betaamt, hadden ze ergens in de tweede maand van het jaar ook een andere liefhebberij: carnaval vieren. Verzamelen in jongerensoos ’t Swijnshooft, en van daar uit kroegje in, kroegje uit, biertje hier, biertje daar.

Bij carnaval hoort muziek. En als je toch met een elkaar op stap bent, dan is het toch veel leuker om zelf muziek te maken dan er alleen maar naar te luisteren? Eén van de leden van het team had thuis een drumstel en er waren er ook wel een paar met een blaasinstrument. Zet die bij elkaar en je hebt een ‘orkest’.

Nu nog een naam voor dit muzikale gezelschap. De brainstormsessie daarover heeft weinig tijd gekost. Daktari hadden ze natuurlijk al, dat was hun handelsmerk. En een orkest is ook een fanfare. Met een heel klein beetje fantasie werd het woord fanfare verbasterd tot Fanfari, want het moest natuurlijk wel lekker bekken. Aan het eind van de carnaval in het gedenkwaardige jaar 1972 was Daktari Fanfari een feit.

Op de allereerste officiële foto is een deel van de leden van het eerste uur te zien. Van links naar rechts Fred Hak, Yvon van de Meerendonk, Anne van Hoof, Frans Willemse, Jan Willemse, Janhein de Rooij en Mieke van Esch. Op de voorgrond Tom Hak, trotse drager van het eerste vaandel: een stuk karton, met daarop een sticker van het Daktari Rally Team. De laatste twee woorden zijn afgeplakt, daarvoor in de plaats is het woord Fanfari gekomen.

Als je als muziekgezelschap serieus genomen wilt worden, moet je natuurlijk ook repeteren. Wij vonden in onze beginperiode een oefenruimte in het befaamde daktari_geschiedenisBossche café Limburgia, gelegen Achter het Stadhuis. Uitgebaat door de onvergetelijke Jan en Mien, die op zondagochtend (!) hun zolderruimte aan ons ter beschikking stelden om te oefenen. De kroeg was nog niet eens open maar wij waren al lustig aan het tetteren op zolder!

Met een mannetje (en vrouwtje) of tien, waarvan de meesten geen geoefende muzikanten waren, stelde onze muziek in het begin niet zo heel veel voor. Maar we hadden wel het grootste plezier, en daar ging het uiteindelijk om. Binnen enkele jaren groeide het aantal clubleden, kwamen er dus meer maar ook nieuwe instrumenten bij, leerde een aantal blazers noten lezen, en begon deelname aan het Kwèkfestijn serieus door onze hoofden te spelen.